Van Cappellenhuis anno 1897
De Van Cappellen Stichting speelt een grote rol in het Van Cappellenhuis.
De stichting is opgericht door Anna Maria van Cappellen en haar echtgenoot Johannes Nolen. In 1892 bepaalden ze per testament om na hun overlijden op te richten en te vestigen "een weldadige stichting tot oprichting en instandhouding van een ouden mannen en vrouwenhuis".
Na het overlijden van Anna Maria in 1893 en van Johannes in 1895 werden de bepalingen uit het testament ten uitvoer gebracht en in 1895 kwamen de bestuursleden, destijds genaamd regenten, van de Van Cappellen Stichting voor de eerste maal bijeen. Daarmee kwam de wens van een moderne woonvoorziening voor ouderen tot stand.
Het kapitaal waarmee de Van Cappellen Stichting het pand liet bouwen was afkomstig uit de erfenis van Pieter van Cappellen, een oom van Anna Maria van Cappellen. Pieter was in 1851-1852 raadslid van Capelle aan den IJssel en daarna tot zijn dood wethouder van deze gemeente.
Geschiedenis van het gebouw
D
e ouderen die vanaf 1898 in het gebouw woonden werden verzorgd door een inwonend huismeestersechtpaar, 'vader en moeder' genoemd. Het geheel had veel weg van een gezinssituatie. Na zeven huismeestersechtparen werd het verzorgingstehuis vanwege nieuwe inzichten over huisvesting van ouderen gesloten. De overgebleven ouderen werden overgebracht naar een nieuw verzorgingstehuis. Er moest een nieuwe bestemming voor het pand gevonden worden. Deze werd gevonden in de vorm van het kosteloos verstrekken van huisvesting aan enkele maatschappelijke instellingen.
1976: Het pand aan de Dorpsstraat 164 kreeg vanaf toen een veelzijdige bestemming. De Van Cappellen Stichting droeg het pand over aan de gemeente Capelle aan den IJssel. Het geheel werd als muziekschool in gebruik genomen. Het gebouw bleek in de praktijk echter niet geschikt voor dat doel; te klein en zeer gehorig.
1999: De muziekschool verhuisde naar een nieuw onderkomen. Het werd stil rond het gebouw; het kampte met achterstallig onderhoud en het pand lag er verwaarloosd en verlaten bij. De angst leefde dat het gebouw een horecabestemming zou krijgen en daardoor zijn karakter zou verliezen. Het pand was toen al geregistreerd op de lijst van Rijksmonumenten. En niet alleen het gebouw, ook de honderdjarige beuk op de binnenplaats was opgenomen in het register van 'Monumentale bomen'.
2000: De buurtbewoners - verenigd in de Vereniging Oude Kern - voerden actie teneinde het pand te behouden en te voorkomen dat er een horecaonderneming in het pand gevestigd zou worden. Zij bereikten daarmee dat het pand niet zou verloederen en dat het beschikbaar zou blijven voor de Capelse bevolking. Vervolgens stelde de gemeente een 'programma van eisen' op. Hierin werd vastgelegd aan welke voorwaarden geïnteresseerden moesten voldoen om het gebouw te kunnen kopen. De belangrijkste eisen waren dat het pand gerestaureerd zou worden en dat het deels een culturele bestemming zou krijgen. Uiteraard moest de regentenkamer in tact blijven. Op het verlanglijstje van de gemeente stond ook ruimte voor het sluiten van huwelijken.
Een voorstel dat voldeed aan deze eisen was afkomstig van de directie van het aan de Dorpsstraat 181 gevestigde bedrijf Maximum, in samenwerking met de Vereniging Oude Kern.
Volgens dit voorstel wordt een eigendoms-bv gevormd (aandeelhouders Maximum Invest, de Vereniging Oude Kern en de Gemeente Capelle aan den IJssel) die het pand gaan exploiteren.
Het voormalige oude mannen- en vrouwenhuis wordt een multifunctioneel gebouw met bedrijfs- en publieksruimtes, waar zowel permanente als tijdelijke gebruikers in kunnen. De tuin kan eveneens worden gebruikt voor exposities of voorstellingen.
2007: Het pand is geheel gerestaureerd en intern aangepast aan de meest verregaande eisen op het gebied van uitstraling, inrichting, voorzieningen en ICT.
Bouwstijl
Eind negentiende eeuw ontwierp Augustinus Nolen, voor de bouwkosten van fl 35.000 het pand aan de Dorpsstraat 164.
De architect meldde bij de indiening van zijn ontwerp dat hij, gezien het budget, rekening had gehouden met ‘den grootste eenvoud’. Dit betekent onder andere dat het gebouw destijds gewaardeerde details als glas-in-loodramen, gekleurde tegeltjes en gebeeldhouwde plafonds miste. Toch waren er opvallende onderdelen in het interieurontwerp, zoals een massief eiken voordeur met koperbeslag, een ruime vestibule en hal en een brede trap met balustrade.
In de negentiende eeuw grepen architecten graag terug op oudere, klassieke bouwvormen. Augustinus sloot zich bij deze trend aan. Het gebouw is ontworpen in de neorenaissancestijl. Deze stijl wordt gekenmerkt door de bouw in baksteen, verdeeld door horizontale banden in contrasterende stenen en trapgevels. Ook de zadeldaken met dakkapellen en de bogen met natuurstenen sluitsteen zijn daar kenmerken van. Het Vredespaleis in Den Haag is een van de duidelijkste voorbeelden van negentiende-eeuwse Hollandse neorenaissance.
Voor meer informatie over de historie van het gebouw verwijzen wij u naar het boek "De geschiedenis van de Van Cappellen Stichting. Van behoeftigen bejaarden naar algemene belangen", verkrijgbaar bij de Historische Vereniging Capelle aan den IJssel.